Gedachtegoed 1
- Onze werkelijkheid wordt bepaald door onze ervaringen, door de betekenis, die wij aan onze ervaringen verlenen en door de manier waarop wij deze betekenissen ordenen. Hieruit volgt:
- Onze realiteit is in beweging en onze waarheid is subjectief.
- Het axioma kan niet langer meer het vertrekpunt zijn van waaruit we onze concepten aangaande de werkelijkheid formuleren. Onze ervaring, onze betekenis verlening, onze manier van ordenen zouden het vertrekpunt dienen te zijn
- Dankzij onze hersenen, en dan met name het limbisch systeem kunnen wij ondermeer van elkaar houden. Dankzij andere structuren in onze hersenen kunnen wij de eenheid van onszelf met het ons omringende ervaren.
- Wij kunnen dan pas autonoom zijn als de ander of in de ander het Andere onze autonomie bevestigt
- De moeder van het conflict is gelegen in de illusie van het verschil tussen ons en de ander.
- De moeder van het verdriet is gelegen in het gegeven dat we buiten onszelf zoeken naar hetgeen zich in ons zelf bevindt.
- Onze worsteling om werkelijk de ander te laten zijn zoals de ander is, om werkelijk geen macht uit te oefenen over de ander, of geen slachtoffer van de ander (bijvoorbeeld van de bureaucratie) te worden blijft bestaan, ook al proberen we elkaars verschillen te accepteren. Deze worsteling blijft bestaan totdat een volgende fase zich aandient: we benaderen de ander met respect omdat de ander in het diepst van zijn wezen ons is. Pas dan zal er vrede ontstaan en zullen we ons – vanuit de ervaren verbondenheid met een ieder – verbonden voelen met het ons omringende.